Wat een verrassing vandaag. Een online ontmoeting met een stuk heel dichtbije familiekroniek: Vandaag zag ik mijn grootouders aan vaderskant voor het eerst – na 45 jaar.
Ik wist enkel dat ze al tragisch waren gestorven nog voor ik geboren werd. Hoe juist heb ik enkel van horen zeggen: Mijn vader, toen een jaar of veertien, zat met zijn broer in de auto. Hun vader, een tekenleraar, reed. Plots zei hij: ‘Ik voel mij niet zo goed jongens, ik stop hier even aan de spoed. Wacht hier.’
Ze bleven lang wachten, maar hij zou nooit meer terug in die auto stappen. Want op de spoed kreeg hij een hartaanval waar hij daar en dan aan overleed. De twee jonge broers verloren zo heel plots en jong hun vader. Hun moeder (mijn grootmoeder) en hij waren blijkbaar heel erg verliefd op elkaar. Ze kon het verlies van haar grote liefde niet verwerken. Een jaar later stierf ook zij in een auto-ongeluk: ze reed zich te pletter tegen een boom. Er werd fluisterend aan het al tragische verhaal toegevoegd dat dit wellicht zelfmoord was.
Zo werden mijn vader en zijn broer wees, 12 en 14 jaar oud. Waarop ze bij hun grootvader moesten gaan wonen. Dat viel naar het schijnt niet mee: hij zou zo oud geweest zijn dat hij de trap naar hun kamers niet eens opkon en daarom niet veel naar hun omgekeken hebben. Hoe het deze twee jongens verging is een ander verhaal…
Ik dacht dat ik nooit meer te weten zou komen dan de grote lijnen van dit tragische familieverhaal. Tot ik per ongeluk, tijdens een random Googelen van mijn eigen naam om eens mijn online reputatie te checken- op een website met de Bouve-stamboom stootte:
Mijn grootvader heette blijkbaar Julien (Bouve) en zijn geliefde vrouw Hortense Norullie. En die overgrootvader, waar mijn vader en zijn broer dan wellicht bij moesten intrekken tot ze meerderjarig waren, moet Richard-Auguste Bouve geweest zijn..
De stamboom gaat terug tot Ferdinandus Jacobus Antonius Bouve, geboren in 1748! Allemaal in Nieuwpoort. Amai, mo joengens toch!
Mijn verrassende ontdekking werd mogelijk nog groter: op dezelfde website vond ik een foto van hun graf in Nieuwpoort. Dan zijn ze toch tenminste samen begraven.
Wow. Na meer dan 40 jaar kan ik namen en gezichten plakken op dit tragisch verhaal. Dit zijn ze, Julien en Hortense, respectievelijk veel te jong gestorven op hun 47 en 40 jaar:
Hoewel ik het verhaal al lang kende, voel ik door hun gezichten te zien de hartzeer ineens heel scherp. Mijn zonen zijn nu ongeveer de leeftijd van mijn vader toen hij de zijne verloor.
De sterfdatum staat er ergens ook bij: 29 juli 1970. Wellicht was het een hete zomerdag. En hadden ze voor de zomervakantie nog een vader en erna niet meer. Mijn hart breekt, voor die jongens die hun vader zo plots verloren, voor Hortense, de vrouw en moeder die het verlies van de man van haar leven niet verwerkt kreeg, voor die broertjes die zo vroeg alleen in de wereld stonden.
Ik zie echt de Bouve-trekken in mijn grootvader’s gezicht die mijn vader, broertje en ikzelf ook hebben.
Of ik dit niet aan mijn vader of nonkel had kunnen vragen? Moeilijk. Want het leven is voor hen verder niet bepaald van een leien dakje gelopen – trouwens geen verrassing als je zoiets hartverscheurends meemaakt op zo’n jonge leeftijd. Ze leven beiden nog, dus uit respect voor hen ga ik daar hier en nu niet over uitweiden. Maar het komt erop neer dat ik er inderdaad nooit met hen heb over kunnen praten en dat er niet meteen inzit.
Het verleden kan je niet meer veranderen. Ik heb ook altijd beslist er niet in te dwalen of me te verliezen in tragiek die voorbij is. Maar ze kan wel generaties meegaan.
Er werd verder nooit over hen gesproken, maar mijn grootvader kwam wel een keer per ongeluk ter sprake bij een sportmedisch onderzoek. De arts vroeg of er hartproblemen waren in mijn familie. ‘Nee’ zei ik – ‘Of wacht! Mijn grootvader is gestorven aan een hartaanval toen hij 42 was’. ‘Aha‘, zei hij, en noteerde iets op zijn blaadje. ‘Oei.’ dacht ik toen. Juist, zo’n dingen zijn ook erfelijk. Ik was dan ook erg blij dat ik 43 werd – het hele jaar heeft dat door mijn hoofd gespeeld. En door deze nieuwe kennis leer ik dat hij nog een beetje ouder was, 47. Verdorie, nu moet ik wéér voorbij een ‘toen mijn grootvader stierf’-leeftijdskaap… Gek hoe je zo’n dingen toch meedraagt.
Wat een tijd – anno 2023- om zo plots, stoemelings online een stuk familiekroniek tot leven te zien komen. En weer een moment om dankbaar te zijn voor de elk moment dat je er nog mag zijn…
I love to create images of a colourful city, make it better, help people imagine a greener, more colourful & joyful world.
I’ve made a few of streets in Antwerp and Brussels – the two cities where I live and work. Usually I make a line drawing of the empty street, showing the space of possibilities. Then ideas are gathered, trough social media or talking to people on the street .
Then I start drawing… Often one to three days work for one drawing. What I learned: how higher the perspective, the more hours work it is 😉
And by coincidence I discovered I actually am part of an art movement, named Solarpunk! This ‘is an artistic movement that envisions and works toward actualizing a sustainable future interconnected with nature and community. The “solar” represents solar energy as a renewable energy source and an optimistic vision of the future that rejects climate doomerism, while the “punk” refers to the countercultural, post-capitalist, and decolonial enthusiasm for creating such a future’ (says Wikipedia).
What I love most is that of two of them, posters were made and I see them hanging often behind windows, in shops… And it always brings me joy to see my drawings inspire people!
Here are four of the ‘before’-drawings where people dream on. From left to right: Place de la De Brouckère & Place de la Monnaie Brussels, under that Sint-Jansplein (made for & in collaboration with Groen) and Spoor Oost in Antwerp.
Ergens deze zomer had ik een team-retreat in de natuur. Op een avond deden we een ‘vuurceremonie’ met Melany Vivian Zarate Gonzalez. Die ceremonie was in haar volk een maandelijkse traditie, bij nieuwe maan: ze schreven in stilte op welke dienst ze de laatste maand aan de aarde hadden geleverd en reflecteerden of ze wel genoeg hadden gedaan. En hoe konden ze volgende maand béter van dienst zijn aan de planeet?
Ook wij moesten dat allemaal op een papiertje schrijven en vervolgens in het vuur gooien.
De aarde bedanken voor haar diensten. Klinkt dat zweverig?
Dat vond ik eerst ook, maar het ritueel en de avond betoverde me en bleef lang nazinderen.
Want ze heeft gelijk.
De aarde bedanken. We zouden het elke dag moeten doen. De lucht die we inademen, het water dat we drinken, het voedsel dat we eten: we overleven geen dag als die allemaal vergiftigd of verdwenen zijn.
‘Dienstbaarheid’ heeft voor velen wellicht een te onderdanige ondertoon. Want wat levert de planeet aan ons? Djeez, het zijn toch wel méér dan diensten, die lucht, het water en de aarde? We zijn erin geslaagd die ‘diensten’ een vuil woord te laten worden en ‘markt’ (waarbij water en land voor grof geld worden verkoct en mensen uitgebuit) een ‘normaal’, ‘goed’ woord. Is dàt niet te gek, eigenlijk?
Wij mensen vinden dat er wel genoeg lucht, water en aarde is en gebruiken het elke dag grenzeloos en zonder veel dankbaarheid en respect.
Het zette me zeker aan het denken om voortaan geregeld na te denken of ik inderdaad wel iets terugdoe voor alles wat ik krijg. En nee, ik doe lang niet genoeg terug! Ik neem ZOveel meer dan ik krijg. Maar ik doe wel mijn best om zo weinig mogelijk te nemen – zo weinig mogelijk lucht te vervuilen door niet met de auto of vliegtuig te gaan, zuinig te zijn met drinkwater (maar tot mijn afgrijzen spoel ik mijn drol elke dag weg met drinkwater), geen dode dieren te eten, zo weinig mogelijk afval te maken… En in mijn werk probeer ik mee mensen bewust te maken dat ze zich moeten laten horen voor een systeemverandering. Zo de aarde uitbuitend leven, daarmee halen we 2050 niet, mensen!
Wat ik doe is nog lang niet genoeg. Maar ik denk er vanaf nu wel regelmatig over na. Ik leef dankzij deze aarde. Ik hou ervan, ze is prachtig. Waar je van houdt, verniel je toch niet? Echte liefde is méér teruggeven dan je krijgt?
Vergeet niet, alles is verbonden. Zo heb ik –en jij wellicht ook- vandaag zeker iets aan dat gemaakt is door een inwoner van Bangladesh, van iemand die vandaag misschien wel zijn of haar huis, werk, wie weet kinderen is verloren. De mensen die het minste uitstoten en onze één-euro-shirts maken, die hun huizen worden weggespoeld vandaag. Is dat zorgen voor elkaar?
Ik hoop dat het nu wat minder zweverig klinkt en nodig je uit om ook eens na te denken: Hoe was jouw dienst aan de Aarde vorige maand? Heb je veel gegeven of vooral genomen? En hoe kan je volgende maand beter doen?
Gaan trekken in de bergen: ik wil het al ZO lang nog eens doen! Dus toen mijn zoon zei: ‘Mama, ik wil eens naar de bergen!’, sprong ik meteen op de kar. Quality time met mijn twaalfjarige zoon, die thuis toch liever zit te gamen dan met zijn moeder praten over de dingen des levens? Samen bonden in de natuur nu hij nog met mij over straat wil lopen voor puberty hits? Ja hoor- ik zie het al maanden helemaal voor me! Ik kocht meteen de gids en beloofde het officieel en geschilderd op Instagram: doén we, voor mijn volgende verjaardag (in september)!
En YES, maandag is het zover: we vertrekken samen voor een weekje GR10 in de Pyreneeën! Deze Grande Randonnée loopt van de Middellandse Zee naar de Atlantische oceaan in 40 dagen, waar wij er vier van gaan stappen met pak en zak…
Vic die alvast niet meer ‘normaal’ op de foto wil.
Spanning in de zaal
Doch, toen ik de laatste weken écht begon met de voorbereidingen lag ik er wakker van. Plots vond ik het toch wel spannend allemaal. Waarom?
Ongeoefendsleuren
We hebben eigenlijk -ondanks de vele plannen en advies in elk wandelhandboek- niét geoefend op wandelen met elk een dikke rugzak van respectievelijk tien en veertien kilogram. Dat kan niet anders dan zwaar zijn. Plots herinner ik me dat trekking met tent, eten en rugzak ook vaak stevige ontbering is, met de hele dag zere voeten en schouders van het sleuren. Ik prent Vic de laatste weken geregeld in dat het geen comfortvakantie wordt. Ja, we gaan prachtige natuur zien, maar ook lange uren in de trein en stappen, stappen, stappen, constant sleurend met die rugzak. Hopelijk kibbelen we niet teveel, want dat kunnen we alletwee héel goed. We hebben een béétje marge om de plannen te wijzigen, maar ook weer niet zoveel -als je zo’n tocht plant, moet je wel aan het eindpunt raken of terugkeren -er is geen roltrap of helikopter terug als we het allemaal helemaal gehad hebben.
Pack on the back
Het idee om àlles om te overleven mee te hebben: heerlijk! Maar inpakken bleek een uitdaging – om een béétje comfi te trekken mag je rugzak maximum eén derde van je lichaamsgewicht wegen. Dus respectievelijk 12 en 21 kilogram. En reken minstens twee kilo water per persoon, want water is het allerbelangrijkste – zeker omdat je de hele dag stapt én in tijden van droogte het wellicht niet altijd en overal evident zal zijn om water bij te vullen. Dus elke gram telt!
Ik wilde een paar dingen compacter kopen dan wat we hadden van onze kampeervakanties. Maar ik viel achterover van de prijzen van ‘technisch materiaal’, man! Vijfhonderd euro voor een regenjas, 150 euro voor een matje, 100 euro voor een setje titanium kookgerief? Wat? Ik heb het allemaal toch zo essential mogelijk gehouden. Geen dagcreme, oogpotlood of paar leuke kleedjes voor mama, we gaan een week met twee setjes kleren rondlopen. De zeep is universeel: er wordt mee gewassen en afgewassen. Wel elke dag een verse onderbroek, er zijn grenzen.
Wat hebben we allemaal mee? Vooral eten, en kleren, kookgerief, tent, matjes, slaapzakken, de kaart en qua entertainement: elk een ‘Dwarsligger’-leesboekje, een schetsboek en twee potloden en Uno. Er gaat veel ge-UNO-d worden… CHECK THIS >
Amai onze voeten!
Acht dagen sleuren en uren stappen, terwijl we alletwee tere voeten hebben: topplan? Ik ben geen twintig meer, en hoewel ik vier keer per week loop- en hordentrain, doen net vaak mijn voeten pijn, dankzij artrose in de dikke teen, gevoelige achillespees… Plus zeven nachten mijn arme nek en rug toetakelen op een matje dat nooit echt opgeblazen voelt… En Vic ook: hij is net gediagnosticeerd met platvoeten en verstuikte zijn enkel al twee keer dit jaar. Hij kan daarenboven zijn speciaal duur kussen voor zijn teer game-nekje dat snel zeer doet uiteraard niet meenemen, want dan is zijn rugzak direct halfvol.
Great: Als twee wrakken vertrekken we, als twee grotere wrakken keren we wellicht terug! 😀
Ik besliste dan ook om de wandelambities wat omlaag te schroeven. (Iedereen die ooit op een door mij georganiseerd ‘tochtje’ meekwam leerde dit: Fenna onderschat inspanningen/ afstanden/ is overmoedig. Die fout wil ik nu niet maken. Of Vic spreekt een jaar niet tegen mij) In plaats van zes dagen zware etappes van zes uur wandelen, koos ik een driedaags stuk van de GR10 waar wij vier wandeldagen van 3 à 5 uur van gaan maken. En ik kocht een shitload Compeeds.
Wildkamperen…aaah
Tentje bij, slapen waar en wanneer je wil: yay, freedom! Maar ik herinnerde me plots ook dat ik wildkamperen eigenlijk freakin’ griezelig vind: al die geluiden ‘s nachts!
De hele nacht om het halfuur wakkerschieten en met één oor liggen waken of er geen beer, wolf, everzwijn of mafkees nadert! En dat nu met mijn zoon bij, die ik moet beschermen!
Het mag voor mij gerust een beetje minder ‘nature’ en ‘freedom’ zijn ook, quoi. Dus plande ik voor zo goed als elke nacht een gite of camping. Er is maar één nacht dat we bij een ‘cabane’ zullen overnachten, dus waarvan we niet weten of er mensen gaan zijn. (Maar ik ga proberen Vic te pushen die dag wél door te stappen, zodat we toch bij een gite kunnen overnachten. 🙂
Alle gites zijn trouwens volzet, maar da’s niet erg: we kunnen wel altijd nabij de gite kamperen. Dat volzet zijn stelt me ook wat gerust, want het betekent ook dat er veel mensen de GR10 aan het wandelen zijn én dat we dus als de donkere nacht is gevallen wellicht nooit helemaal alleen zullen zijn. Tja, ik blijk toch een echt stadskind: het gedacht aan alleen slapen in de donkere nacht in de ruwe natuur jaagt me boven alles angst aan…
Rain will come
Wat ik me ook plots herinner: Kamperen is de max van een avontuur, maar niét in de regen! In mijn twintiger jaren overkwam het me op twee trektochten dat het dàgen regende. Ellende! Alles wordt klam: slaapzak, kleren, eten. De tent nat opplooien en ‘s avonds nat uitpakken, alles stinkend naar muf. Om te eten en te rusten: een overdekte schuilplek zoeken. En wég prachtige berg-vergezichten, omdat er wolken hangen. ‘s Nachts wakkerliggen van de regen op de tent, denkend ‘Nee! Stop nu met regenen! Aaah, bliksem! Nee, bliksem!’
Tot op vandaag ben ik buiten proportie diep, diep dankbaar en blij als het regent en ik hoor het getik van regen op ons plat dak of raam en wij zitten DROOG binnen. Wat een luxe! Gezelligheid! Heerlijkheid!
En wat zie ik vandaag: het weerbericht voor Mérens-les-Vals, volgende week op onze stapdagen: 70% regenkans! En drie dagen onweer!! Oh no!
Ik zal het er optimistisch op houden dat het weer in de bergen sowieso onvoorspelbaar is en wij aan de lucky side van die 70% gaan zitten. Ik heb goede rugzakregenhoezen en regenpakken gekocht, én ik laadde toch een extra item in: een thermosje en thee. Als we dan bibberend van ellende, klam van de kou en vol angst voor bergbliksems moeten schuilen, kunnen we toch UNO spelen bij een warm tasje tijgerthee.
Het Plan
Eens benieuwd of onze reis volgens dit strak plan gaat verlopen:
maandag 25 juli
We starten met een flinke treinreis: 5u50 Antwerpen-Berchem – Brussel-Zuid 6u41 7u02 Brussel-Zuid – Valence 11u14 12u47 Valence – Carcassonne 15u33 17u30 Carcassonne-Toulouse 18u30 (16u19 als we kunnen blijven zitten) 18u47 Toulouse – Mérens-les-Vals 20u55 (16u47 – 18u51) In Mérens-les-Vals passeert de GR10 en overnachten we in de dortoir van de Auberge du Nabre.
dinsdag 26 juli
Direct hardcore de bergen in op de GR10. We doen de etappe van Mérens les Vals naar de Refuge les Bésines: maar 8km stappen, maar we stijgen van 1024 naar 2104 meter: 1000 meter. Een dikke klimtocht! De tocht zou zonder pauzes vijf uur en een half duren. Na drie uur en 5,5 kilometer stappen komen we aan Jasse de Présasse. Vandaar nog 4 kilometer in 2,5 uur tot waar we slapen – op 2104 meter hoogte, in de dortoir van de Réfuge des Bésines.
woensdag 27 juli
Na ontbijt in de réfuge verder op de GR10 naar de Cabane de Rouzet. Die wandeling duurt maar drie uur. Eerst 3,5 kilometer naar de Col de la coma d’Anyell (2470m). En dan nog een uurtje een beetje omlaag langs een meer naar de Cabane de Rouzet. Als we zin hebben daar te blijven en er plek is om te slapen -er zijn vier plaatsen- doen we dat. Anders kamperen naast de cabane. Maar als ik en de regen Vic kunnen overtuigen stappen we door naar de Lac des Bouillouses en kamperen bij Les Bones Hores. Wat een wandeling van zes uur zou zijn.
donderdag 28 juli
Nog een dikke drie uur GR10 wandelen van de cabane de Rouzet naar de lac des Bouillouses. De gite is volzet, maar we kunnen kamperen aan ‘Les Bones Hores‘. Met een beetje geluk is dit de eerste nacht dat we onze tent moeten opzetten. Met nog meer geluk is er wél plaats in Les Bones Hores of stappen we door naar de Auberge Du Carlit, waar misschien nog plek is!
vrijdag 29 juli
Een tweetal uurtjes wandelen van de lac des Bouillouses naar de Camping Les Boullouises/ Pla de Barrès. Tentje opslaan en douchen, misschien een duikje in de Têt! Als we hier al een dagje eerder aankwamen kunnen we van hieruit nog een dagje wandelen, het is prachtig in de buurt.
zaterdag 30 juli
Start van de terugweg naar het dal. Eerst een vijftal kilometers wandelen naar het station. Daar nemen we de Train Jaune: de hoogste spoorlijn van Europa! 11u43 Montlouis La Cabanasse – Villefranche 12u54 13u04 Villefranche- Perpignan 13u54 14u11 Perpignan- Carcassonne 15u40
In Carcassonne worden we opgehaald door framily die in La Bézole wonen en waar nog vrienden op bezoek zijn. Hammock time! 😀
zondag 31 juli
Goed omringd en la douce France-waardig recupereren van onze ontberingen 🙂
maandag 1 augustus
Inpakken en gevoerd worden naar station van Carcassonne voor een lange terugreis… 13u31 Carcassonne – Marseille 16u36 17u10 Marseille – BXL-Zuid 22u43 22u56 BXL-Zuid – Antwerpen-Berchem
Jaja, veel angsten en onzekerheden, maar dat is nu eenmaal echt ‘een beetje’ reizen, toch? Ik heb er ECHT veel zin in! Het wordt zowiezo een avontuur waarbij moeder en zoon herinneringen for life gaan maken…Wish us fun & luck en… I keep jullie posted 😉
Mijn plan was: een compleet en grondig dossierartikel schrijven over de Antwerpse Fietsstraten voor Antwerpenize. Maar waarom zou ik een serieus artikel schrijven over iets dat maar half zijn gat gedaan is? Daarom begin ik graag met een recept voor iedereen die de bevoegdheid heeft om fietsstraten aan te leggen:
RECEPT voor Foempige Fietsstraat
Kies liefst een in- of uitrijstraat van de wijk, best een sluiproute voor auto’s. Bij voorkeur ook een as waar openbaar vervoer op rijdt. Bevraag zeker geen fietsers of ga zéker geen analyse maken van het verkeer! Tip: Als je dit goed doet, kan je later fietsers beboeten die hier tijdens de spits uitwijken naar het voetpad.
Zet enkel de wettelijke bordjes, best de kleinst beschikbare versie, en plaats ze zodanig dat ze zo moeilijk mogelijk te zien zijn voor de automobilisten.
Verf het wegdek rood. Aandacht: dit is niet verplicht! Als je je deze kosten wil besparen, communiceer dan dat dit later zal gebeuren.
En dan nu het belangrijkste: Doe vooral TOTAAL niets om het autoverkeer te ontmoedigen of tegen te houden! Dit kunnen we niet genoeg onderstrepen. Anders mislukt dit recept!
Zeg dat de fietsroute deel uitmaakt van een route -kies hiervoor wegen waar fietsers nauwelijks rijden- en knip deze in stukken met haaientanden en verwarrende borden. Voor extra spice: zorg dat de route ook door een wekelijkse markt loopt!
Vraag vooral geen feedback en doe geen bijsturingen!
En voilà! Dagelijks gestresseerde fietsers, automobilisten & onveilige situaties gegarandeerd!
Van 4,5 kilometer naar 19 kilometer Fietsstraten: geweldig! Maar enkel geweldig op papier, als je niet ook auto’s weert…
Alle gekheid op een stokje: je kan elk recept verpesten, maar vooral de kok is belangrijk: een beleidsmaker die het méént, die écht een fietscultuur wil installeren (niet enkel op zijn of haar website of tijdens key note speeches in het buitenland) en die beslissingen durft nemen die tegen de auto ingaan, zoals parkeerplaatsen schrappen, straten (zo goed als) autovrij maken om er een fietsstraat van te maken, circulatieplannen & knippen in wijken om doorgaand autoverkeer (zeker door fietsstraten of op fietsroutes) weg te leiden… Voilà, da’s mooi samengevat, toch? Komaan en doe het!
Antwerpse fietsers over enkele Antwerpse fietsstraten
Voor dit artikel, dat aanvankelijk iets grootser was opgevat, vroegen we aan enkele Antwerpse fietsers wat ze nu van hun fietsstraten vonden. Getuigenissen en ervaringen vertellen ons toch meer verhaal dan een mooie kaart van fietsstraten of beleidsplan. Een greep uit de reacties:
Rotterdamstraat, 2060 Antwerpen
“Vandaag nog “uw moeder is een fietsstraat” als antwoord gekregen van een BMW-bestuurder, toen ik hem wees op het concept fietsstraat, wanneer hij luid toeterde omdat ik in zijn weg reed.”
“Rotterdamstraat: waar je als fietser geen plek hebt om in twee richtingen te passeren en in de file achter de uitlaatgassen van de auto’s mag gaan wachten.
“In de Rotterdamstraat fiets ik nu standaard in het midden van de baan (zo ver is het met mij gekomen). Deze week onder luid getoeter voorbijgereden door een wagen die daarbij op de stoep reed én bijna een fietser uit de tegenrichting aanreed! Heel veel kwader kon hij op mij niet zijn… Soms hebben ze dus écht geen idee wát een fietsstraat is. De straat staat trouwens in de ochtendspits over de helft vol met stilstaande auto’s waar je onmogelijk met fietsers in twee richtingen nog langs kan. Laat staan met bakfietsen.”
‘De verbinding tussen de rode straten is steeds zeer gevaarlijk, want daar weten de automobilisten al helemaal niet meer dat ze zich op fietsvriendelijk terrein bevinden en dat ze daar dus ook naar moeten handelen. Niet dat ze dat in de rode straten dan wel doen!”
“Fiets is koning my ass. Je staat in de Rotterdamstraat als fietser lekker mee in de file uitlaatgassen in te ademen omdat deze smalle straat toch tweerichtingsverkeer is.”
“Rotterdamstraat: waar je als fietser geen plek hebt om in twee richtingen te passeren en in de file achter de uitlaatgassen van de auto’s mag gaan wachten. Bij het oversteken naar het Sint-Jans-plein moet je u tussen de auto’s wurmen want die blokkeren de oversteekplaatsen en het kruispunt. Op het Sint-Jansplein is er ruimte zat, maar waar parkeren de marktkramers zich? Jawel, op de fietsstrook.”
“Al vaak verkeersagressie mee gemaakt in de Rotterdamstraat. Waarom gaan fietsers mee in de file staan? Ik passeer altijd gewoon. Al dan niet aan de verkeerde kant (al mag je volgens mij links “voorbijrijden”). Ik eis mijn plek daar op. Laatst nog tegen een stilstaande combi gereden omdat die NIETS plaatshield aan de rechterkant. Politie begon wat moeilijk te doen en ik zeg “toch frappant dat zelfs de politie geen rekening houdt met ruimte voor fietsers in een fietsstraat. “ Die hebben hun raam terug dichtgedraaid en ik ben door gereden.”
“Een schande, deze ‘fietsstraat’!”
Lange Dijkstraat
‘Hier heb je ruimte, maar dat betekent dan voor de auto’s: erop los racen en je inhalen.’
‘Bij de heraanleg van de Lange Dijkstraat was er een inspraakmoment. Eén van de eerste zinnen na de officiële intro was dat er zeker geen parkeerplaatsen mochten opgeofferd worden. Dan weet ge het al.’
Grote Hondstraat, 2018 Antwerpen
‘Een keer ‘s avonds bleef de automobilist achter ons claxonneren, de hele straat door, omdat we naast elkaar fietsten. Ik ben toen uiteindelijk boos gestopt om verhaal te halen. Zelfs dan bleef hij doen alsof wij in de fout waren “omdat, u weet dat toch ook, je niet naast elkaar mag fietsen“.
‘Meer parkeer- dan fietsstraat, en voor mij niet duidelijk hoe die past in ruimere fietsinfrastructuur.’
‘Heel vervelende kasseien, waar je dan net daar door auto gekruist wordt!’
Kattenberg, Borgerhout
‘Auto’s in tegenrichting in een fietsstraat toelaten, wat is dat voor iets? Ik moet daar vaak snel in de goot fietsen, want je denkt toch ook niet dat ze zich aan de zone 30 houden of zo?‘
‘Vanuit de Kattenberg word je ineens op het Laar ‘gesmeten’. Leuk, vooral op vrijdag! Dan is er markt, en moet mijn fiets ineens vleugels hebben. Het stukje in de Helmstraat, waar auto’s zich even op de baan / voetpad zetten om hun kind van school te halen. Waar meerdere keren per dag een vrachtwagen staat om te laden / lossen.’
‘Het grootste deel van die straat is zo smal dat je niet op een veilige en comfortabele manier tegen de rijrichting in kan fietsen. Ik moet dan bijna altijd in de goot/op de stoep want bijna altijd komt er wel een camion of dikke auto aan. Komt nog bij dat vrijdagvoormiddag dat plots geen fietsstraat is, maar markt. Met andere woorden, de fietser die op vrijdag de Turnhoutsebaan wil mijden: trekt uw plan. Trouwens, bijna bij elke rit door een fietsstraat word je toch ingehaald.’
Van Arteveldestraat
‘Tegenwoordig maak ik er een sport van om te slalommen. Zodat de auto’s wel achter mij moeten rijden. Maar dat wordt ooit nog mijn doodvonnis.’
‘Ooit voorbijgestoken door een politiecombi (zonder zwaalichten of wat dan ook). Ik kan hen nog inhalen, klop op het raampje en vraag aan de politieagente achter het stuur of ze er bewust van was dat ze mij voorbijgestoken was in een fietsstraat. Het eerste wat ze antwoordde was: “Ja zeg, ik reed maar 30 km per uur en liet een meter tussenin”. Is dit om te wenen of om te lachen? Nog wat verder gediscussieerd en heb later een klacht ingediend bij de politie. Ook daar geen excuses of een soort mea culpa, wel opnieuw het argument dat “ze maar 30 km per uur reed en een meter tussenin liet”, en verder nog wat geneuzel over dat “politieagenten inderdaad een voorbeeldfunctie hebben”. En that’s it! Ik zag het nut echt niet meer om hierop nog eens te reageren, hiermee was de kous dus af. ‘
Samberstraat
“Ook al agressieve chauffeurs tegengekomen die willen voorsteken of opjagen zodat je te vlug gaat rijden. De auto’s die van tegenovergestelde kant komen rijden te weinig aan linkerkant. Sommigen rijden te vlug. Aan einde straat kruispunt Damplein: gevaarlijk voor fietsers.’
Speelpleinstraat, Merksem ‘Deze is voor fietsers tweerichting, maar net zoals bij de meeste straten kan je als fietser tegen de richting in met moeite de auto’s passeren. De straat in de juiste richting gebruiken is fijn wanneer de wagen achter je duidelijk laat blijken dat hij het concept kent en er zich aan houdt. Jammer genoeg rijd je zelden de hele straat uit zonder dat er een wagen toch probeert te passeren of heel kort bij blijft rijden. De fietsstraat eindigt ook heel abrupt aan het einde van de straat, het volgende stuk is er plots een fietssuggestie strookje van , ik denk, 60cm. Sommige wagens kunnen je dan niet snel genoeg voorbij gaan. We komen iets minder vaak in andere fietsstraten. Met onze kinderen hebben we afgesproken dat wanneer ze zich niet veilig voelen met een auto achter hen dat ze dan toch maar weer achter elkaar gaan rijden. De jongste kwam soms met tranen thuis omdat ze zich zo opgejaagd voelde. Fietsstraten zouden misschien wel een fijne fietsplek kunnen zijn maar toch niet op deze manier.’
De ‘fietsroutes’ ‘De as Lange Dijkstraat-Rotterdamstraat is een ramp, ga daar maar eens kijken in de spits. Dit is de verkeersas voor fietsers om van Antwerpen Noord naar centraal te gaan.’
‘Na de Rotterdamstraat richting Centraal station houdt het op met de ‘fiets’straten en mag je u als fietser over kasseien, tussen tramsporen en paaltjes gaan wringen. En als je even de winkel binnen springt op het Astridplein bestaat de kans dat de politie je fiets weghaalt en je een boete krijgt, want geparkeerde fietsen op het Astridplein schaden het imago van van onze stad. Dit heeft men maanden lang dagelijks gedaan en hiervoor dus politie mankrachten ingezet, terwijl ik nog maar twee keer een politiecontrole in de fietsstraat heb gezien. Wat is het gevaarlijkste, een geparkeerde fiets of een wagen die aan hoge snelheid in een smalle straat een fietser inhaalt?’
‘Wat ik me ook altijd afvraag, hoe bedenken ze deze routes eigenlijk? Is dat een soort van “ik heb een stadsplan en een vijfjarige met rode potloden, kleur maar eens manneke”? Want die routes sluiten vaak niet mooi aan, maken gekke kronkels…’
‘Wat als je aan de andere kant van de Turnhoutsebaan moet zijn met de fiets? Enkel aan de Appelstraat en de Kerkstraat kan je als fietser vlot mee oversteken. Wie daartussen aan bijvoorbeeld het Moorkensplein wil zijn, moet levensgevaarlijke toeren uithalen aan den Drink.’
Suggesties van Antwerpse fietsers
Eindigen doen we uiteraard constructief! Want laat ons wel wezen: de fiets is here to stay in Antwerpen! We hebben allemaal de fiets ontdekt en willen uiteraard dat de fietsstraten werken. Volgens ons fietsers kan dat op deze manier:
‘Echte fietsers betrekken vooraf lijkt mij ook een fijne piste… (Pun intended)’
‘Om meer auto’s uit fietsstraten te halen is het misschien handig om minder parkeerplaatsen in die straten te hebben. Of gewoon deftige fietspaden op belangrijke verkeersassen en sensibilisering bij automobilisten dat ze niet mogen voorbijsteken als de straat te smal is (dan hoeft al die rode asfalt niet).’
‘Fietsstraten moeten deel uitmaken van logische fietsassen op locaties waar het autoverkeer beperkt is.’
‘De regels van de fietsstraat gelden eigenlijk voor alle smalle straten waarbij auto’s geen één meter afstand kunnen houden bij inhalen. Deze regels enkel benadrukken bij de fietsstraat, doet de automobilist deze wegcode extra negeren in alle andere straten. Is het geen veel beter idee dat die wegcode benadrukt wordt in een grote campagne, dan dat er nog meer rode asfalt wordt gelegd in straten waar ze sowieso niet mogen inhalen?’ ‘Veel chauffeurs zijn nog helemaal niet gekend met fietstraten, onwil, machogedrag en agressie. Meer sensibilisering is nodig en niet enkel via traditionele maar ook sociale media, buurtwerkers, enzovoort.’
‘In Nederland blijkt dat fietsstraten – mits goed aangelegd op structurerende assen – hun nut kunnen bewijzen, als ze daadwerkelijk (met knippen e.d.) het lokaal autoverkeer beperken tot wat strikt nodig is.’
Wil je hier graag zelf nog een ervaring of suggestie aan toevoegen? Stuur ze ons zéker via info@antwerpenize.be
Al jaren ga ik bijna elke week zwemmen met mijn twee zonen in de Antwerpse zwembaden. Geweldig, waterpret voor maar een paar eurootjes. Maar ergens begin dit jaar -nog voor corona- is er iets veranderd. De gedragsregels waar zwemmers zich aan moeten houden werden strenger. Plots verschenen overal nieuwe bordjes- én moet er één of andere overkoepelende zwembaddirecteur zijn geweest die iets moet geroepen hebben à la ‘Verdomme, gedaan ermee, als ik nog één overtreding zie in één van onze zwembaden, gaan er koppen rollen! Verstaan!?’ Want ik heb dit jaar al een paar toestandjes meegemaakt die onze zwembeurtjes niet bepaald ontspannender hebben gemaakt…
Gij Kind Zult Niet Onbegeleid Zwemmen
Zo kunnen mijn zonen van acht en tien zwemmen, maar spelen vinden ze het leukste. Meestal, voor corona, vroegen we wat opduikdingen en gingen we achteraan in het diep wat bommetjes springen en opduiken. Nu, ik duik niet zo graag. Dus trok ik wat baantjes. Eén baantje van 25 meter duurt een minuut, dus om de twee-drie minuten zwom ik langs hen. Tot op een dag, toen een redster langs me kwam lopen. ‘Mevrouw? Mevrouw?’ ‘Ja?’, zei ik. ‘Zijn dat uw kinderen?’ Ik bevestigde. ‘Hoe oud zijn ze?’ Ik antwoordde, acht en tien. ‘Ah, wel, onbegeleid zwemmen is pas toegestaan vanaf elf jaar. U moet er altijd bijblijven.’ ‘Ja, ik ben hier toch? En ik zwem er om de paar minuten langs.’ ‘Nee mevrouw, dat mag niet. U moet er al-tijd bijblijven.’
Ok. Dus dat was één. En ze hield mij in de gaten, hoor! Of ik wel binnen de ‘dichtbij’-perimeter bleef! Een volgende keer bleef ik wat langer in de voor-het-zwemmen-afspoeldouche. ‘Ga maar al, jongens – mama geniet nog een minuutje van de zalig warme douche.’ Kwamen ze meteen terug. ‘We mochten er niet alleen in.’ Zucht.
Tijdens diezelfde zwembeurt zag ik ook een mama en papa die hun kleuter leerden zwemmen met bandjes. Ze overschreden de helft, daar waar je niet meer kan staan naar het diep. Ow, daar kwam de ijverige redster weer snel aangestapt. ‘Mevrouw, meneer? Jullie kind kan niet zwemmen?’ ‘Euh, nee, we zijn het aan het ler…’ ‘Dat moet in het klein bad. In dit diepe bad mogen énkel mensen die al kunnen zwemmen.’ ‘Ja maar, wij…’ ‘Nee mevrouw. Wilt u alstublieft nù naar het kleine badje gaan?’ En ze bleef staan met gekruiste armen tot de daad bij het woord werd gevoegd.
Ow-key. Gezellig zeg!
De waterglijbaanpolitie in de Arena
Een ander keertje gingen we naar het Arena-zwembad in Deurne. Want jeuj, daar is een waterglijbaan -het enige stadszwembad mét glijbaan! Om ter plaatse aangekomen te merken dat die maar op zeer schaarse momenten open is. Zoiets van: dinsdag van kwart na één tot kwart na twee en donderdag van tien voor elf tot twaalf uur. Hoezo dat? Er is maar één waterglijbaan in ‘t stad, waarom dan zo gierig met die pret?
Maar goed: zo gezegd zo gedaan, wij kwamen dan maar terug op één van die schaarse momenten. Kwart voor twee. Aha, beweging: de badmeester haalt de ketting omlaag. Mijn zonen springen op de trap. Fluitsignaal door het zwembad! Ik kijk niet begrijpend naar de andere redder die komt aangesneld. ‘Mevrouw. Hier zijn regels! Eén persoon tegelijk! Ze mogen niét samen op de glijbaan. En iedereen wacht VOOR de trap tot de persoon die aan de beurt is weer in het zwembad is gegleden. DAN PAS mag de volgende de trap bestijgen. En niet wild heen en weer wiegelen IN de glijbaan hé! Da’s ook verboden!’
Ow-key. Djeezes, gezellig. En dan luttele minuten later: weer een fluitsignaal! Een kind wordt berispt. Hou oud ben jij? Nog geen elf? Dan mag jij niet alleen in de waterglijbaan, dan moét je met een ouder! Sjongejonge. Probeer er maar eens aan uit te geraken. Zo een redder die graag zijn fluitje gebruikt: echt top, je waant je in een drilkamp! ‘Leuk op de waterglijbaan’ werd om de minuut opschrikken van het fluitje, omdat er een kind een te snel drafje deed naar de rij -dat als lopen werd gezien-, te snel de trap opging- of whatever, echt héél gezellig.
In de Arena zijn ook twee springplanken: permanent gesloten. Waarom? Toen ik klein was lagen er zo nergens ‘baantjes-lijnen’ en mochten we springen van de planken. Het lijkt alsof elk zwembad nu het domein is van de rustige baantjestrekkers, en iedereen die wat wil komen springen en spelen wordt vies bekeken, met argusogen in de gaten gehouden tot de eerste misstap! En dan fluiten!
Rechts zwemmen in de Wezenberg
Vorige week werd het echt bont in de Wezenberg. Daar kwamen we voor het eerst. We wandelden binnen en mijn zonen sprongen direct in het bad. Maar daar is geen ondiep stuk waar je kan staan, zoals standaard in de meeste zwembaden- dus ze schrokken even en spartelden wat. Ja lap, daar kwam onmiddellijk een redder aan. ‘Mevrouw, mevrouw?’ ‘Ja?’ ‘Kunnen uw kinderen zwemmen?’ ‘Zeker’, zeg ik, ‘maar hier is geen ondiep, dus ze schrokken even, ze…’ ‘Anders mogen ze hier niet in hé, dan moeten jullie in ‘t klein bad!’ ‘Meneer, ze kunnen zwemmen.’ Ok. Dus wij zwemmen naar het einde om daar te springen en duiken zoals wij fijn vinden. In de Wezenberg is trouwens geen enkele ‘speelbaan’, het hele zwembad is gereserveerd voor baantjestrekkers.
Na een minuut of tien beslissen we samen een baantje te zwemmen. Halverwege zie ik dat de redder naar ons komt. Wat nu weer? Ik kijk hem aan. ‘Mevrouw, u moet réchts zwemmen’ Ik roloog naar hem -inwendig denk ik ‘jonge, foemp, laat mij hier eens doén zeg!’ en hij interpreteert dat blijkbaar als vragende blik van onbegrip en gaat verder: ‘Ja mevrouw, zoals op de weg? In de auto?’ Ik zucht. ‘Jongens, rechts zwemmen!’ Ik ben er nog niet van af, want hij zegt: ‘Ik vind dat uw kinderen toch niet zo goed kunnen zwemmen. En springen en spelen in dit zwembad is eigenlijk ook niet de bedoeling!’ Ik dénk dat ik een heel vies bakkes trek, want terwijl ik nadenk over een lekker assertief antwoordje, zegt hij ‘U doet natuurlijk wat u wilt. Wij zijn hier voor de preventie.’ ‘Aha’, zeg ik. ‘Wij gaan zo elke week zwemmen en nog nooit een probleem gehad. ‘OK dan!’ besluit hij met de handen in de lucht en stapt het af.
Man zeg, echt. Wat is er gebeurd met relax en fun gaan zwemmen?
Nieuw badpak in de Veldstraat
Een laatste belevenis uit de Veldstraat. Daar gingen we ook voor het eerst heen. Wat merk ik in het badhok? Oh nee- badpak vergeten. Maar ik had mijn loopkleren aan: een shortje en sport-bh. Dat gaat wel passeren, dacht ik. Zo dachten mijn zonen ook ‘Niks gaan zeggen mama, spring er gewoon snel in.’ Haha, dat had je gedacht, in Antwerpen zeker? Ik kom binnen en aan de andere kant veert de badmeester onmiddellijk recht en komt naar me toe. Voor hij iets kan zeggen zeg ik: ‘Ik ben inderdaad mijn badpak vergeten. Mag ik hiermee…’ ‘Nee, mevrouw.’ ‘OK, dan gaan zij zwemmen en zet ik mij wel aan de kant met de voetjes in het water.’ ‘Hoe oud zijn ze?’ ‘Acht en tien.’ ‘Nee, dat mag niet. U moet mee IN het zwembad, ze mogen niet onbegeleid zwemmen.’ ‘Jamaar, ik kan toch…’ ‘Nee mevrouw, maar u kan beneden wel een badpak kopen. En ze mogen niet in ‘t zwembad tot u terug bent!’
Mannekes. Goed, er wordt een oplossing geboden, maar hoe regelneverig is dit toch weeral?
Ik kom terug in mijn nieuw te klein badpak waarvan de bandjes in mijn nek snijden (‘Geef die small maar’, zei ik, maar ik vergat even mijn coronakilos) en we springen erin. Plots wijst één van mijn boys op een bordje aan de muur: ‘Springen Verboden.’ Ik zucht en loens naar de redder. Hij gaat er precies niks van zeggen. We hebben geluk vandaag.
Zonder opmerkingen?
Tegenwoordig evalueren we na elk zwembadbezoek lachend hoeveel opmerkingen of fluitsignalen we ditmaal kregen van de redder. Gisteren in Arena waren de redders van dienst ongelofelijk relax. Ze hebben wat meer rust misschien, met de maximaal 24 zwemmers tegelijk in deze coronatijd, en de waterglijbanen en springplanken die carrément altijd toe zijn. Da’s toch eigenlijk helemaal niet logisch. Waarom zouden die nu besmettelijker zijn dan het zwemmen? Het is gewoon iets meer werk voor de redders en trekt meer waterpret aan dan brave baantjeszwemmers, toch? Maar het was relax, slechts één keer was het aanloopje voor een duik van mijn zoon te snel en kreeg hij het fluitje en een ‘Niet lopen!’ Maar dit was onze beste keer!
Beste Stad, ik ben dankbaar voor onze vele mooie zwembaden, maar ik zou toch willen vragen om jullie ook even in te leven in de kinderen die echt voor het plezier en niet voor de sport naar het zwembad komen. Sinds wanneer wordt springen en spelen in het zwembad zo streng en vies bekeken? Waarom mag in het water springen -begot!- eigenlijk niet in de Veldstraat? Waarom is de waterglijbaan in de Arena bijna nooit open en waarom zijn de springplanken gesloten? Ook hier is de focus op veiligheid en ‘mogelijke incidenten’ echt te ver doorgeslagen. Als ik klein was mochten we onbegeleid het zwembad in met vriendjes, moesten we niet bewijzen dat we konden zwemmen, mochten we altijd van de springplank en werd er niet per direct gefloten als je even liep langs het zwembad. Wat is er gebeurd, zeg? Een beetje relaxer mag wel. We komen tenslotte voor de fun. Dank u!
Tot zo’n twee weken geleden deed ik mijn job enorm graag. Ik werk ìn de mobiliteit en we hebben het dus veel over oplossingen en de weg naar een duurzamere, minder auto-gecentreerde mobiliteit. Eén van de theorieën om daartoe te komen luidt: ‘De beste mobiliteit is géén mobiliteit’.
Wel, laat ik u vandaag zeggen, recht uit mijn hart: Ik hou van mobiliteit! Zonder mobiliteit vind ik mijn werk stom!
Ik sta eigenlijk, ik moet het eerlijk zeggen, nogal op ontploffen. Ik moet morgen werken – en ik krijg al stress als ik aan die uren geplande videocalls dénk. Ik moet mezelf aanmanen: blijf positief, Bouve. Dat is uw grote kracht. Maar ik irriteer me nu al enorm! Mateloos!
En waarom? In normale omstandigheden hààl ik energie uit mijn werk, dat -ik besef dat nu pas- voor meer dan de helft uit live sociale interactie bestaat. Nu ik 100% van de tijd achter een bureau zit terwijl er ook nog twee kinderen in huis rondlopen die ook vanalles vragen en nodig hebben, en de was en het stof zich overal opstapelen, en er eigenlijk de hele tijd toch wel vanalles moet-moet-moet, draint het al mijn energie.
Dus, ‘leve thuiswerk’? Dat dacht ik ook, de eerste week, toen ik nog reageerde op collega’s die ‘binnenzitten al beu waren’ met: ‘ Komaan mannen, niet zeuren hé, dit gaat nog wéken duren! Keep up the spirit hier!’
En zie mij, een luttele twee weken later: een hoopje ellende, leeggezogen door de vele urenlange videocalls en uitsluitend bureauwerk, op één meter van mijn bed. Ik kan er bijna niet meer tegen.
O, wat mis ik mijn fietstochtje naar het station.
Wat mis ik het gekibbel van mijn kinderen over welke fietsweg we vandaag gaan nemen naar school.
Wat mis ik mijn tekenen op de bijna standaard vertraagde trein naar Brussel.
Wat mis ik mijn wandelingetje naar de Beurs.
Wat mis ik mijn entree met luchtige hoe-is-het-jes.
Wat mis ik die vergaderingen met de collega’s waar ik geregeld kan onderbreken en irrelevante flauwe grappen in de mix gooien.
Wat mis ik het achteraf zuchten dat de vergadering wel ietsje korter kon bij het koffiemachine.
Wat mis ik mijn lunchafspraakjes in het bruisende centrum van Brussel.
Wat mis ik al die praatjes tussendoor.
Enzovoort.
Ik vind het uiteraard geweldig dat je gewoon kan ruìken dat de luchtkwaliteit pakken beter is.
En hoe heerlijk dat er nauwelijks auto’s rondrijden in de normaal zo drukke Borgerhoutse straten -en de Ring, Singel en de Plantin Moretuslei.
Fantastisch ook, dat we zoveel wandelen en fietsen en het belang van parkjes en pleintjes dichtbij eindelijk naar grote waarde schatten.
Maar 100% thuiswerken tot in de oneindigheid: please, nee!
Ik ervaar nu pas de grote meerwaarde van sociale interactie en ook mijn grote nood eraan.
En ook vraag ik me af: ben ik dan echt mentaal zo zwak? Ik bedoel: ik heb een job, een gelukkig gezin, genoeg geld voor boodschappen en een warm huis. Maar wat ik ook had en waar ik blijkbaar toch verrassend veel van mijn batterijpower uithaalde, is even weg: een ‘live’ sociaal leven, hordentrainingen, zeefdrukken, gewoon veel rondlopen en mensen zien.
Als iemand als ik met zoveel batterij al na een schamele twee weken op is… Wat moet dat dan niet zijn voor mensen die niet zo’n basis hebben? Vorige week zei ik tegen m’n collega’s ‘ik voel me niet goed vandaag’. Ik kon er ook even gewoon allemaal niet meer tegen. Maar toen ik specifieerde dat ik geen griep had maar een mentaal corona-crash-ke, bleef het stil. Griep hebben, dat is vandaag het ergste wat je kan overkomen, het ligt zelfs in de lijn der verwachtingen. Maar een mentale corona-crash? Fenna toch. Doe eens een beetje gewoon. Hou u eens een beetje flink, zeg. Er zijn wel anderen die in veel grotere ellende verkeren. Dat weet ik uiteraard. Maar toch kan ik me niet voorstellen dat ik alleen ben? Ik weet het niet, misschien ben ik echt een pande-mietje…
Je zou toch minstens verwachten dat na de invoering van de zone 30 in Antwerpen het verkeer veiliger zou worden? Neen dus. De pas vorige week vrijgegeven ongevallencijfers van de politie van 2018 tonen, helaas pindakaas, het tegendeel. Ze stijgen! Vielen er in Borgerhout in 2009 nog ‘maar’ 143 slachtoffers in het verkeer, zijn dat er in 2018 -hou u vast- 219. De grootste stijging zien we bij de fietsers: van 34 naar 97 fietsslachtoffers!
Wat wil dat zeggen? Er zijn meer fietsers nu, klopt, maar er ontbreekt dan precies toch iets in het verkeersveiligheidsbeleid van de vierde fietsstad ter wereld– en één daarvan is zeker handhaving. Als je ziet dat er zoveel fietsers worden omvergereden, moet het accent dan niet naar het beschermen van die fietsers gaan? De politie stelt trouwens in dat rapport geen ènkele maatregel voor om het aantal slachtoffers weer omlaag te krijgen! Niet te geloven, toch?
Kijk dan eens naar Brussel. Daar focust de fietsbrigade van David Stevens al enkele jaren op beboeten van overtredingen die fietsers en voetgangers in gevaar brengen. Met succes – 80.000 boetes in 2019! Hij zegt daarover: ‘Verkeersveiligheid vraagt om keiharde repressie. Alleen door in hun portefeuille te tasten, zet je mensen echt aan het denken. Preventie hebben we geprobeerd, maar dat werkte niet. We moeten duidelijke grenzen stellen, keihard optreden en daar ook over communiceren. Mensen moeten weten dat ze hun auto niet langer 24 uur foutief geparkeerd kunnen laten zoals vroeger. Ze moeten voelen dat de pakkans fors verhoogd is. Dat de straffeloosheid voorbij is. En wij mogen de greep niet lossen, want dan zijn we vertrokken voor opnieuw meer onveiligheid.’
Het klinkt stevig, maar toch vind ik dit hoopgevend en inspirerend: een politie die het opneemt voor fietsers en voetgangers en er zo in slaagt om meer verkeersveiligheid en een andere mentaliteit bij autobestuurders neer te zetten, dat kan dus echt.
Ik zou het graag zien in Antwerpen. Mijn laatste contact met hen was niet bepaald vriendelijk, en eindigde met 58 euro boete voor een, naar mijn oordeel, overtreding die echt geen andere weggebruikers in gevaar bracht. Daarentegen zie ik elke dag flagrante snelheidsovertredingen en gevaarlijk snelle inhaalmanoeuvres in de zone 30, en nog nooit heb ik dàt zien beboet worden.
Nog altijd vind ik het onbegrijpelijk dat in Antwerpen snelheidsovertredingen op de zone 30 noch gecontroleerd noch beboet worden. Er gebeuren wel acties rond ‘asociaal rijgedrag’, met onder andere inbeslagnames van auto’s. Maar dat lijkt maar zeer occasioneel te gebeuren. Boetemarathons voor fietsers daarentegen lijken veelvuldiger te gebeuren, meestal op plaatsen waar de infrastructuur dan nog eens niet is afgestemd op de bewegingen van fietsers: fietsparkeren op het Astridplein, de nieuwe verwarrende lichtenregeling op de Keyserlei, spookfietsen bij gebrekkig gesignaleerde wegenwerken… En zo lijkt het ‘boetebeleid’ van de politie eerder op afdwingen van regels die zonder inzicht in de echte noden van fietsers tot stand zijn gekomen -laat staan met oog op het verhogen van hun veiligheid!
Waar moet ik mijn bakfiets zetten aan het station? Hoe moet ik rijden als er door de werf geen fietspad is? Trek uw plan, maar de politie staat wel klaar om u te beboeten- dat is het signaal dat ik als fietser nu krijg.
Wanneer zien we eens boetemarathons op rijgedrag dat fietsers in gevaar brengt? Dubbel parkeren, parkeren op het fietspad, inhalen in fietsstraten, afsnijden bij het inslaan, inhalen op minder dan één meter afstand… kortom alle gedrag dat fietsers in gevaar brengt? En niet één actietje in een fietsstraat, maar herhaald en langdurig. En tijdens de spits -want dat is echt wel het gevaarlijkste uur, geen duffe donderdagvoormiddag.
Het accent van de politie moet verlegd, wil de stad haar naam als fietsvriendelijk hoog houden en het werkelijk meent met de verkeersveiligheid. Politie, word onze fietsvriend! De Antwerpse fietsers hebben jullie écht nodig.
En doe dat gerust in combinatie met een hoffelijkheidscampagne. Want fietsers zijn steeds met meer en mogen gerust herinnerd worden dat er nog andere weggebruikers zijn en dat fijn samenleven op het fietspad makkelijker zal gaan als ze vriendelijk fietsen. Maar laat het uitgangspunt -en de toon- alstublieft geen wijzend vingertje zijn, maar ‘bescherm de fietsers’! De infrastructuur laat vaak nog in die zin te wensen over dat wat als onhoffelijk wordt gezien geen ‘boertig gedrag’ is maar op te lossen door de fietsinfrastructuur te verbeteren -denken aan ‘spookfietsen’ of wachttijden aan lichten.
Toch lijkt me, de gestegen ongevallencijfers indachtig, waar fietsers overduidelijk slachtoffer zijn en niet de dader, dat andere campagnes prioritairder zijn. Vergis u niet van vijand alstublieft, beste Stad. We wachten bijvoorbeeld nog altijd op de eerste stadsbrede zone 30-campagne…
Wow, it’s been a year since my last post. That happens sometimes!
2019 – It’s been a crazy year…
I got a new job, a parttime one, to give myself time focus on my Fennabee Illustrations & Prints. The new job absorbed me more in the beginning, but it’s a very cool job, as campaigner for de Fietsersbond, a lobby organisation for cyclists in Brussels & the Flemish part my country. But I also got some nice assignments for Fennabee. Smashed my goals -to earn the same as my fulltime job before, but now a part with Fennabee.
I did a crowdfunding for screenprinting and smashed it.
My last blogpost lead me to start a civil action group for slow driving -respecting the speed limit of 30 kilometers an hour- in my city. We organised a fight, put pressure on the city council with some actions and I am became a columnist about mobility in Antwerp (that city 🙂
I started hurdling and became regional and national champion on the 400 metres hurdles in my 40+ women age category. And I love hurdles! It’s fun! Never would’ve guessed I could learn & love a totally new discipline at this age.
And also a very sad and intense start of the year: my mum got cancer and died, and since then I’ve been grieving. That’s not what I expected it to be: not constantly, but it’s a big loss that often comes in my mind.
From drawers block to black & white
In the midst of all this, I found myself having a ‘drawers-block’. So, after reading Austin Kleon’s ‘Keep Going’ book, I started looking for something to call the muse every day. I just took a black brush pen and a small sketchbook. I started drawing every moment I had to wait: on the train, in coffee bars… And I rediscovered my drawing joy TOTALLY!
In the city
Especially the train ones are great.
In trains & stations
In my house
Lilla Rogers said it in one of her courses: draw what you love. And I (re) discovered: I love the city life, I love people. So I prefer drawing in the city and on the move: trains, stations and coffee bars are my favourite spots to sketch.
I already had lots of nice conversations with people seeing me drawing.
One problem: my brànd is ‘colors’ – and now I’m only drawing in black and white? What is that about? 🙂
So i coloured some of the drawings in. But that’s of the next post…
Beste schepen van mobiliteit, beste hoofd van de politie,
Er moet me iets van het hart. Ik stond net rustig mijn boodschappen uit mijn fiets te laden op het smalle trottoir, toen er (weeral eens!) een FOEMP in een blits-auto aan 80 kilometer per uur door ons woonstraatje scheurde. Ik beheers me normaalgezien altijd, vriendelijk en respectvol samenleven weet u wel, maar er knapte iets- en voor ik het wist stak mijn middelvinger omhoog en stond deze brave moeder ‘F*** YOU’ te roepen. Vind ik leuk? NEEN!
Dit is dagelijkse kost in Borgerhout. En ik word er echt woest van! En veel burgers zijn mee kwaad met mij over het probleem van de snelheidsduivels in 2140, 2060, 2018, bijna in heel ‘t Stad eigenlijk. En we zijn kwaad op het beleid, omdat de zone 30 gewoon een grap blijkt te zijn. Elke dag wordt er geracet in onze straten. We hebben er zo hard genoeg van!
Ik word vooral woest van de machteloosheid die ik voel.
Want wat doet de stad?
Die heeft het allemaal onder controle. Ik mag niet klagen, het beleid is volmondig akkoord en heeft de nodige maatregel beslist en uitgevoerd: zone 30 in heel Antwerpen binnen de Ring – behalve de grote assen. O, had u er ook nog niks van gemerkt? Join the club.
Dus laat me niet lachen! Hier, zone 30? Niks van te merken! Een armzalig bordje aan de ingang van de wijk -de Vandepeerenboomstraat, een redelijk lange straat, waar auto’s standaard aan 50 kilometer per uur de zone 30 insjezen. Ze rijden zo snel, want ze kùnnen het. Niemand of niks houdt hen tegen, herinnert er hen aan, of beboet hen.
De zone 30 is een grap, stadsbestuur! Zelfs wijkbewoners reageren vol ongeloof als ik hen vertel dat we toch écht wel in een zone 30 wonen.
Dit is een topvoorbeeld van de gapende kilometersbrede kloof tussen theorie en praktijk, tussen intenties en daden, tussen willen en doen. Jullie menen ongetwijfeld dat jullie heel goed bezig zijn, stadsbestuur. Ik hoorde jullie goed nieuws-show vaak genoeg tijdens jullie recente campagne: Antwerpen is bijna de autoluwe stad vol perfect veilige fietspaden en speelplekken voor onze kinderen -er wordt aan gewerkt! En met onze unieke lage emissiezone zijn we als enige stad in Vlaanderen écht aan het werken aan goede lucht! We zijn er bijna! De LEZ- nog zo’n mooi vooral theoretisch project, waarbij wij burgers vooral niet mogen beginnen zeuren over de cruiseschepen links en de ring rechts van de stad, respectievelijk goed voor de uitstoot van een miljoen auto’s per cruiseschip dat aanlegt en 300.000 autos per dag! Een grap om van te huilen!
Maar laat ik niet afdwalen.
Beste stad, kunnen jullie echt niet beter?
STEL dat het respecteren van de zone 30 jullie topprioriteit wordt, waar alle mogelijke middelen en mensen op zouden worden ingezet. Wat als?
Dan zouden jullie verkeersdrempels kunnen leggen in de inrijstraten.
Dan zouden jullie versmallingen kunnen maken in de straten van bloembakken.
Dan zouden jullie de rijlijnen zig-zag kunnen maken -door bloembakken en boomaanplantingen om en om, zodat rechtdoor sjezen niet meer kan.
Dan zouden jullie flitspalen kunnen zetten in de inrijstraten.
Dan zouden jullie boetemarathons kunnen houden (u weet wel, postvatten op plekken waar veel overtredingen gebeuren, zoals de inrijstraten)
Dan zouden jullie overal doorgedreven signalisatie kunnen aanbrengen zodat niemand ernaast kan kijken dat we in een zone 30 zitten.
Dan zouden jullie de rijbewijzen onmiddellijk intrekken van iedereen die echt 80 rijdt in de zone 30 (het zijn er veel!).
Maar geen van deze dingen heb ik al gezien in Borgerhout. Jullie liggen er niet wakker van, dat jullie beleid in de praktijk dode letter blijkt en niemand zich er een fluit van aantrekt. Een schande is dat, beleidsvoerders! Vertel eens, wat houdt jullie tegen? Wat hebben jullie nodig om hier prioriteit van te maken? Een dood kind? Ik hoop verdorie dat jullie het zo ver niet laten komen.
Als jullie niets doen, doen we het zelf wel! Volgende week dinsdagavond komen enkele bewoners samen aan het Laar in Borgerhout om na te denken wat we kunnen ondernemen. Ik wil jullie van harte uitnodigen om daarbij te zijn. We willen jullie tenslotte helpen jullie werk te doen.